Joeeee Kirsti!

Hoewel de tijd natuurlijk voorbij vliegt en we elkaar nu alweer een paar maanden kennen, is en blijft onze gemene deler natuurlijk…dé diabetes. Anders hadden we elkaar wellicht nooit ontmoet. Hoe mooi dat ik dat nu zo hardop kan zeggen. En dat ik nu zelfs van deze dubieuze metgezel in mijn leven, mijn werk heb gemaakt? Ik had dit twintig jaar geleden niet kunnen voorspellen. Waarschijnlijk had ik je een grote mond gegeven en met een Bacardi Breezer geproost. Op het leven. Dat dan weer wel. Of misschien wel op een doelpunt van Ajacied Dani. Of misschien proostte ik op een voldoende voor wiskunde, wie zal het zeggen. 😉

Toen ik de diagnose ‘diabetes type 1’ kreeg was ik namelijk nog net 15 jaar. Ik heb het even in mijn digitale dossier opgezocht. Maar dat was op 23 februari 2001. Goed dat ik dat nu weet want ik kon negentien jaar geleden niet vermoeden dat dit anno 2020 eigenlijk iets moet zijn om te vieren. Ik heb deze datum dus ook nooit onthouden. Volgend jaar maar eens goed vieren met een, volgens goed gebruik, lekker suikerbommetje. Dan zijn de diabetes en ik tenslotte alweer twintig jaar een stel! <3

Goed. Terug naar februari 2001. Ik was dus vijftien en zat toen in HAVO 4. Ik was ontzettend veel afgevallen, mijn zakgeld gaf ik uit aan de frisdrank automaat op school want mijn dorst was niet te stillen. Mijn honger wel. Zelfs mijn lievelingseten, andijvie, at ik nog maar mondjesmaat. Er was duidelijk iets mis. Vonden ook mijn ouders en dus zat ik, met een flesje Sprite in de hand en nog wat kilootjes lichter, in de wachtkamer bij de huisarts. Vervolgens moest er natuurlijk bloed geprikt worden en hoopte ik er met een pilletje of een antibiotica-kuurtje wel weer vanaf te zijn. Niemand kon vermoeden dat mijn huisarts diezelfde nacht mijn ouders uit bed zou bellen met het nieuws dat ik meteen naar het ziekenhuis moest. Half slaapdronken vroeg mijn moeder nog: ‘Oh ja. Is morgenochtend half acht vroeg genoeg?’ Waarop mijn huisarts zei: ‘Nee ze staan nu voor haar klaar. Ze moet nu meteen naar het ziekenhuis’.

En vanaf die nacht had ik opeens een nieuw vriendje, waarvan al gauw duidelijk zou zijn dat hij mij nooit zal verlaten. Met een bloedsuikerwaarde van 38.2 (ja heus…) ben ik opgenomen in het ziekenhuis met de diagnose: Diabetes Type 1. Ik had geen idee wat het inhield. Mijn ouders dachten dat ik vrij weinig meer mocht eten en ik vond zelf dat ik nu wel genoeg onder de leden had. Een half jaar voor deze diagnose had ik namelijk gehoord dat ik een lichte vorm van epilepsie heb. Nu zou het toch wel klaar zijn?

Nou goed. Bepakt en bezakt met diabetesdagboekjes, insuline pennen en bloedsuikermeters verliet ik het ziekenhuis. Op naar een nieuw leven met mijn nieuwe vriend. Die ik eigenlijk jarenlang als vijand heb beschouwd. Maar dat komt vast nog wel eens een andere keer ter sprake!

Voor nu ben ik vooral benieuwd…hoe was dat bij jou? De aanloop naar- en de diagnose zelf?

Liefs, Bea

Categories:

Tags:

No responses yet

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *